Inleiding van het boek 'Contact met God'
door ds. Rini RikkertONDERDEEL VAN DE WEBSITE WWW.RINIRIKKERT.NL (Terug)
Scène 1 Op het toneel zien we een klein terras, onderdeel van een appartement direct aan zee. Op het terras staat een tafel met een laptop, en een stoel waarop een vrouw, haar haren nog nat van het zwemmen, met haar handen in de aanslag op haar toetsenbord, naar de zee zit te staren. Op een balkon van het theater staan zeven grote lege zetels, met veel rood en goud. Aan de achterkant zoeft een liftdeur open, vijf personen stappen uit, twee vrouwen en drie mannen, allemaal in feestkledij. Hun namen: Hala en Clara, Mees, Jos en Jaap. Hala torst een grote tas. Jos loopt met een koeltas vol flessen water (het is warm). Ze zijn allemaal in een opgetogen stemming.
Mees: Hala, weg met die tas. Dat kan ze nu even niet gebruiken. Ik heb de hele maand
zo mijn best gedaan om haar weg te houden van alle vreetwaar, en nu kom jij haar
afleiden met een tas vol!
Hala: (kijkt spijtig naar de tas vol overheerlijke gebakjes, dozen bonbons,
thermoskannetjes koffie, goede Spaanse wijn en zowaar ook nog een klein flesje
likeur) ‘Maar Mees! Het is feest! Ze gaat beginnen! Dat moeten we toch zeker
VIEREN??
(de anderen lachen, Mees zegt niets, wijst alleen maar terug naar de lift)
Hala: ‘Oké, vooruit dan, een feestje zonder drugs, helder hoofd, concentratie… gaat er
wèl gedanst worden?!’ (Ze zet de tas terug in de lift, maar pikt nog gauw het flesje
likeur er uit en verstopt het onder haar wijde rok)
Mees: ‘Hala, dat heb ik gezien!’
Hala: ‘ja Mees, ik zal netjes water drinken, maar vanavond krijg ík mijn zin, dan nemen
we met z’n allen een feestelijke borrel op de goede afloop!’Ze nemen plaats op de grote stoelen, installeren zich en zijn dan vol aandacht voor de gebeurtenissen op het toneel. Het feest kan beginnen!
Spreuken 4: 18:
De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon,
die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt.
Er bestaat een oud spelletje, waarbij kinderen in een kring staan, handen vast, één kind in het midden. Iemand in de kring zegt: ‘ik zoek contact met…’ en noemt een naam van één van de anderen. Dan gaat ze knijpen in de hand van degene die naast haar staat tot … bereikt is. Allemaal zo onopvallend mogelijk, want het kind dat in het midden staat moet opletten en alleen als je een knijper op heterdaad betrapt mag je wisselen. Op een gegeven moment roept … ‘contact!!’ Nu mag zij een andere naam noemen en begint het spel opnieuw. Ik stond váák in het midden. En was iedere keer verbijsterd. Hoe was dat nu mogelijk?! Ik kon bijna zweren dat er geen hand had bewogen! Het kwam ook voor, dat niemand ‘contact’ riep. Na eindeloos wachten bleek dan dat iemand in de kring niet goed op zat te letten, die had niets gevoeld. Wee diegene, want die spelbreker kreeg van de hele kring in ongezouten Amsterdams op zijn lazer!
Contact met God verloopt voor je omgeving meestal net zo onzichtbaar als dat kneepje in je hand: jij bent de enige die het merkt. En wat dan. Doe je alsof er niets gebeurd is? Kom je in actie? Geef je het door aan een ander? Misschien was je net even afgeleid, met hele andere dingen bezig, was het contact met God voorbij voor je er erg in had. Het kan allemaal. Het voordeel van zo’n kring mensen die allemaal gespitst zijn op contact, is dat je beter op gaat letten en elkaar aan de gang houdt. Dat is ook een reden waarom mensen die contact met God willen elkaar opzoeken, in de kerk bijvoorbeeld. Het kan ook op andere manieren, alleen of met anderen.
Bijna altijd vinden mensen het moeilijk om over hun persoonlijke ervaringen met het Goddelijke te praten. Omdat het zo onzichtbaar is, denk je al gauw dat het ook uniek is, dat niemand anders ooit zoiets meemaakt. Geloof me, dat is niet zo. Als je eens voorzichtig om je heen gaat vragen, dan zal blijken dat bijna iedereen wel eens op de één of andere manier contact met God heeft gehad. Soms is het een vaag vermoeden, soms heel duidelijk.
Ik zal in dit boek regelmatig met eigen levenservaringen komen (herkenbaar aan de streepjes), in de hoop dat het wat verheldert, herkenning oproept, of andere herinneringen uit je eigen verleden naar boven haalt:
Als kind had ik, zolang ik me kan herinneren, contact met God. Ik zag niets, maar voelde een nabijheid waar ik mee kon praten en die ook antwoord gaf. Ik noemde die onzichtbare persoon ‘God’ en praatte er nooit met iemand over, zelfs niet met mijn moeder. Mijn ‘God’ had ook niets te maken met de ‘God’ waar ik elke zondag in de kerk over hoorde. Dat was iets van volwassenen, ver weg en onbegrijpelijk. Het duurde tot de pubertijd, voor mijn eigen ‘God’ en maatje langzaam maar zeker uit beeld verdween. Later kwamen daar andere beelden en ervaringen voor in de plaats, maar ook toen sprak ik daar zelden of nooit over. Bang dat ze me ‘gek’ zouden vinden? Of dat ik in allerlei discussies terecht zou komen waar ik geen zin in had? ‘Geloof jij dan in Gód?!’ met zo’n blik erbij alsof ik net had aangekondigd dat er marsmannetjes bij mij op zolder woonden. Jawel, ik geloof in God. Ik twijfel net zo min aan het bestaan van het Goddelijke als ik twijfel aan het bestaan van mijn naaste familie. De vorm van contact verschilt, meer niet.
Geloof en kerkelijke betrokkenheid zijn geen voorwaarden om contact met God te krijgen. Soms maakt dat het zelfs moeilijker, omdat je dan al allerlei ideeën in je hoofd hebt: je zoekt het in een bepaalde richting, terwijl het misschien uit een hele andere hoek komt. In de taal van de bijbel, het Grieks, betekent ‘geloven’ hetzelfde als ‘vertrouwen’. ‘Ik vertrouw op God’ – dat klinkt al heel anders. Vertrouwen is, in tegenstelling tot geloven, wél een voorwaarde. Al is het maar een beetje vertrouwen in jezelf. Genoeg om je open te kunnen stellen voor nieuwe ervaringen, nieuwe inzichten.
Die openheid, die is wezenlijk. Als theoloog en predikant in de protestantse kerk heb ik altijd mijn best gedaan om open te staan voor alle informatie die mij werd aangereikt, niet alleen via de kerk en de bijbel, maar ook via andere bronnen. De nieuwetijdsbeweging is bijvoorbeeld een grote inspiratiebron voor me. We leven in een fascinerende tijd, waarin langs vele nieuwe wegen contact gemaakt wordt met het Goddelijke, met Jezus Christus, met engelen, met onze eigen ziel. Het verbaast me steeds weer hoe onze rijke christelijke traditie en deze nieuwe ontwikkelingen zo totaal gescheiden lijken te blijven. Voor mij horen ze bij elkaar, kunnen ze elkaar inspireren en verder helpen en zo de verbinding met het Goddelijke versterken.
Ik hoop in ieder geval dat dit boek je zal helpen om contact te maken met God. Het is niet moeilijk, je hoeft er geen bijzonder mens voor te zijn, iedereen kan het, van baby tot hoogbejaarde. Sommigen hoeven er geen enkele moeite voor te doen, het is een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven. Anderen zijn er zóver van verwijderd, dat ze niet inzien waarom ze het zouden willen. Ik vind het zelf van levensbelang. Een leven in contact met God is een hoopvol én zinvol leven met vele mogelijkheden en groeikansen.
Welke mogelijkheden dat dan zijn? Geen idee. Dat is iets tussen God en jou. Jammer hoor. Ik zou je graag Verlichting beloven, of Eeuwig Leven, of het Grote Geluk, of Nooit Meer Eenzaam, of Vergeving, of waar jij ook maar het meeste naar verlangt. Mijn eigen ervaring is, dat er telkens iets wenkt aan de horizon. Zodra dat verlangen vervuld is (soms op een totaal andere manier dan ik kon verzinnen), is de horizon nog even ver, en wenkt er weer iets nieuws. Het maakt het leven in ieder geval spannend en de moeite waard. De groeiende verbinding heeft mij tot nu toe al veel meer gebracht dan ik ooit had kunnen verzinnen, op alle terreinen van mijn leven. Het heeft me ervan overtuigd, dat veel mensen die nu vaag het gevoel hebben dat ‘er toch iets méér moet zijn’ behoefte hebben aan een boek dat hen op het spoor kan zetten van een leven in contact met God. Zo’n contact is nooit ‘los’ verkrijgbaar: wie contact zoekt met God zal tegelijk ook contact maken met zichzelf, met anderen en met de wereld, het hoort namelijk allemaal bij elkaar.
De scènes aan het begin van ieder hoofdstuk zijn ontsproten aan mijn fantasie – maar gebaseerd op een ervaring die tijdens het schrijven steeds sterker werd, namelijk de aanwezigheid van een ‘hulpteam’ van Boven. Het heeft mij ervan overtuigd dat niet alleen ik, maar wij allemaal een beroep kunnen doen op die hulp van Boven, als we besluiten werk te maken van het zoeken naar verbinding.
Veel plezier dus, op je zoektocht. Ik hoop dat je bij het lezen minstens zo nu en dan een kneepje voelt en ‘contact’ roept!
Rini Rikkert, augustus 2005.