www.RiniRikkert.nl 

N I E U W S

Boek bestellen


 

Start

Kennismaken

Gastenboek

Links

Columns 2010
Columns 2011a
Columns 2011b

Dominee:

Inleiding
Kerkdiensten-data
Persoonlijke  begeleiding
Lezingen

Activiteiten:
- Spirituele oefengroep
- meditatie voor jongeren
- meditatie-uren
- engelenworkshop
 

Schrijfster:

Inleiding
boek 'Contact met God'
Column-info

Uitgeverij Philomena
Informatie
recensies en artikelen

Uit: 'Contact met God'
(een korte paragraaf uit 
 alle 15 hoofdstukken en 
 2 hoofdstukken compleet)

TEKSTEN/PREKEN:
Kerk en geloof:
de bijbel: leesadvies
Wat  is waarheid?
Sterven, en dan?
Columns over liturgie

Preken 2010
Preken 2011
Preken 2012

Laatste preek

 

Columns over liturgie (zomer 2011)
(gepubliceerd in weekblad 'De Vonk' en op website 'Zinweb')

Kerkdienst I Saai?
Kerkdienst II Wat is liturgie?
Kerkdienst III Paaskaars en intochtslied
Kerkdienst IV Stilte en bemoediging
Kerkdienst V Groet en genade
Kerkdienst VI Gebed en 'Onze Vader'
Kerkdienst VII Lezingen en preek
Kerkdienst VIII Collecten en zegen

 
‘Kerkdiensten zijn zo saai’. Hoe vaak ik die verzuchting gehoord heb, niet te tellen. Meestal van mensen die er zelf nooit komen. Is het puur imago, hóór je het saai te vinden? Of heb je je er als kind misschien lange uren zitten te vervelen? Ik ging vroeger tweemaal per zondag naar de kerk, minstens vijf kwartier stil in de bank, zonder veel op te vangen van de woorden die vooraan gesproken werden. Ik had een soort aan/uit knopje in mijn hoofd ontwikkeld, waar ik in mijn latere leven nog veel plezier van gehad heb. Ja, het was saai, maar het verveelde me niet. Het waren prachtige momenten om te fantaseren, om zomaar stil te zitten en naar de kleuren van de glas in lood ramen te kijken, of om eens goed na te denken over allerlei hoogst gewichtige kinderproblemen. Luisteren naar het orgel deed ik ook graag: zoals hij ‘Ere zij God’ speelde, zo mooi heb ik het later nooit meer gehoord. De eerste keer dat ik bewust naar een preek luisterde, zal zo rond mijn twaalfde geweest zijn. Het was rond Pasen, en dominee Versteegh preekte over het gordijn in de tempel, dat scheurde van boven naar beneden. Het deed me iets, het was belangrijk dat het vanuit de hemel gescheurd werd, al begreep ik niet goed waarom. 
Kerkdiensten zijn belangrijk gebleven in mijn leven, vooral sinds ik zelf predikant ben geworden. Ik begrijp nu beter het belang van de herhaling van bepaalde rituele vormen: je kan het saai vinden, maar het kan je ook steeds dieper brengen. Daarover straks meer. 

 
 
 
Mijn vader was koster. Iedere zaterdag ging de telefoon, soms nam ik op en hoorde een deftige stem ´goedemiddag, ik wil even de liturgie doorgeven´. Dan legde ik razendsnel de hoorn neer, en schreeuwde ´paaa, de dominee met de liedjes´! Als koster moest hij alle liederen die zondags gezongen zouden worden noteren, en in de kerk op een groot bord schrijven. Je kon hem niet bozer krijgen dan door die liedjes pas kort voor de dienst te leveren, dan moest hij in het zicht van alle kerkmensen de borden invullen en dat maakte hem nerveus.
De liturgie. Afkomstig van een mooi Grieks woord, ´leitourgia´ dat ´dienst voor het volk´ betekent. Het is de term die gebruikt wordt voor de gang van zaken in de christelijke kerkdienst. Alles hoort erbij, de liedjes, de gebeden, de preek en ga zo maar door. Het is een zorgvuldig op elkaar afgestemd geheel, waarbij elk onderdeel een eigen functie en een eigen plaats heeft. Er zijn kerken met een heel eenvoudige liturgie, en ook kerken met een, zoals dat heet, hoog-liturgisch gehalte. Nederland kende aan het begin van de vorige eeuw in de hervormde kerk een ‘liturgische beweging’ die zich verdiepte in het hoe en waarom van de liturgie, en ook veel belangstelling en waardering had voor de traditie van de vroege kerk. Hun ideeën slaan aan, generaties studenten theologie worden ermee opgevoed, en zo ontstaat de liturgie die ook nu nog in het grootste deel van de PKN gebruikt wordt. Volgende keer wil ik graag iets vertellen over de verschillende elementen ervan, te beginnen met de paaskaars. 
 
 
Aan het begin van iedere kerkdienst steken we de paaskaars aan. Die kaars maakt deel uit van een eeuwenoud Paasritueel: ieder jaar beginnen we de paasviering met het binnen brengen van de nieuwe, brandende paaskaars, na de donkere dagen van goede vrijdag en stille zaterdag, waarin het lijkt alsof al het licht is verdwenen. Maar met Pasen, het feest van de opstanding van Christus, vieren we dat er iets nieuws begonnen is, en daar hoort nieuw vuur bij. Om dat symbolisch vorm te geven lopen we dan plechtig met die kaars door de kerk naar het podium, en daar zal die kaars het hele jaar blijven branden, bij elke kerkdienst, om ons te herinneren aan ‘het licht van Christus’. 
Nu ben ik natuurlijk wel een Protestantse Nederlandse, dus ik besef heel goed dat lang niet iedere viering of kerkdienst precies hetzelfde verloop kent. Soms steekt de koster de kaars al aan, sommige kerken wijzen dergelijke symbolische vormen af, maar in de Elthetokerk doen we het zo, en daarmee leggen we iedere keer de link naar Pasen, en naar Jezus. We hebben ook een kleine paaskaars, voor de kinderkring. Als de kinderen naar hun eigen ruimte gaan, nemen ze hun eigen licht mee, en dat doen ze altijd een beetje plechtig, met gevoel voor de bijzondere betekenis van dat kleine vlammetje. 
Daarna zingen we staande ons ‘aanvangslied’, dat heet ook wel ‘intochtslied’. Het is als het ware een welkomstgroet aan God, daarom gaan we er ook bij staan, zoiets mag wel een beetje officieel. Dat lied loopt uit op de stilte. Waarover volgende keer meer.
 
 
In elke kerkdienst valt wel eens een stilte. Dat is niet per ongeluk, dat is zo gepland. Meestal een keer aan het begin, en een keer aan het eind. Bij ons valt de eerste stilte na het ´intochtslied´, waar we het de vorige keer over hadden. ´Laten we een moment stil worden voor God´ zeg ik dan, in de hoop dat het ons lukt om even alle gedachten, alle zorgen en alle onrust uit het gewone dagelijkse leven achter ons te laten, en ons te concentreren op wat komen gaat. Er is een mooi Bijbels verhaal, waarin de profeet Elia het helemaal gehad heeft met God en zijn opdrachten. Hij verstopt zich in een grot, uit zicht, denkt hij, maar God blijft hem roepen en komt uiteindelijk naar hem toe in het ‘gefluister van een zachte bries’. Dan pas komt Elia weer tevoorschijn, om te doen wat God zegt. Alleen in de stilte wordt het gefluister van God en daarmee ook de stem van je hart hoorbaar. De stilte wordt in de kerkdienst meteen gevolgd door de bemoediging. Dat zijn ook dezelfde woorden, elke zondag opnieuw: ‘Onze hulp is te vinden bij God, die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw blijft tot in eeuwigheid, en nooit loslaat het werk dat zijn hand begon’. Het uitspreken ontroert me altijd. Het idee dat je het niet alleen hoeft te doen, dat er altijd machtige trouwe Hulp is. Het idee dat wij allemaal het ‘werk van zijn hand’ zijn. Daar wekelijks wat meer op leren vertrouwen, daar word je gelukkig van.
 
 
De apostel Paulus had de gewoonte om zijn brieven te beginnen met een groet: die groet is in veel kerken overgenomen. De voorganger spreekt dan als het ware even namens God, en heet de mensen welkom met de woorden ‘genade zij u en vrede, van God onze vader en van Jezus Christus, door de Heilige Geest, amen’. 
Soms gaat het ook, met weer wat andere woorden, in een tweespraak: de voorganger zegt dan bijvoorbeeld ‘de Heer zal bij u zijn’ en de gemeente antwoordt ‘de Heer zal u bewaren’. Dat laatste is kort en helder, maar toch kies ik liever voor die eerste vorm, misschien vooral vanwege die eerste woorden. Wat extra vrede kunnen we altijd wel gebruiken, en genade… ja, dat is wat moeilijker. Mensen die zelden of nooit naar de kerk gaan, kennen dat woord amper meer en krijgen er hoogstens associaties bij van een gevecht, waarbij de verliezer om genade kermt. Bijbelse genade is niet iets waar je om hoeft te vragen, je kan het ook niet verdienen, het is er gewoon. Je merkt het vanzelf, als je bewust met je geloof bezig bent: dan zijn er van die ‘genademomenten’ waarop je je ineens heel gelukkig en verbonden kan voelen, of een ander moment waarop je juist inziet dat je fout zat, maar weet dat je tóch opnieuw kan beginnen. Het Griekse woord voor genade,‘charis’ gaat in de richting van iets moois, iets vrolijks, iets om dankbaar voor te zijn: een cadeau waar je niet op gerekend had, zomaar, omdat de ander (God) van je houdt. 
 
 
Een belangrijk onderdeel van iedere kerkdienst is het gebed. In de liturgie van de Protestantse kerk heb je gebeden met ieder een verschillend doel, met titels als ‘drempelgebed’, ‘smeekgebed’, ‘gebed om de Heilige Geest’, de ‘voorbeden’ (waarbij je bidt voor anderen) en ten slotte een gebed dat over de hele wereld in elke Christelijke kerkdienst altijd gebeden wordt: het ‘Onze Vader’. Dat is letterlijk zo terug te vinden in de bijbel, al zijn er met het vertalen wel wat minimale verschillen ontstaan: de oude Griekse woordenschat was een stuk kleiner dan de onze, dus één woordje kan je vaak wel op zes of zeven manieren vertalen in het Nederlands. Tweeduizend jaar geleden vroegen de leerlingen van Jezus hem: ‘hoe moeten wij bidden?’ en zo is het ‘Onze Vader’ ontstaan. Zo’n oude tekst is natuurlijk niet geschreven in populaire, moderne taal, maar dat hoeft ook niet. Het is een gebed dat ons wereldwijd verbindt met God, met elkaar, en met onze geschiedenis. Elk gebed is goed, maar als je wilt bidden en niet weet hoe, leer dit dan gewoon uit je hoofd en zeg het zo vaak als je wilt: ‘Onze vader die in de hemelen zijt. Uw naam worde geheiligd, uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze, want van u is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid tot in eeuwigheid, amen.’

 
 
 
Bij een kerkdienst horen ‘lezingen’. Dat betekent, dat er één of meerdere keren een stukje voorgelezen wordt uit de bijbel. Daar is een landelijk rooster voor, dat in heel veel kerken gebruikt wordt. Vaak is het een stukje uit het ‘oude testament’ (het joodse religieuze boek) en het ‘nieuwe testament’ (het verhaal van Jezus en zijn volgelingen). De dominee gebruikt deze lezingen als uitgangspunt voor zijn of haar preek. Mijn preken duren ongeveer een kwartier, maar er zijn er ook wel van een half uur of langer. In dit supersonische tijdperk is dat een tamelijk achterhaald verschijnsel: waar vind je nog mensen die hun aandacht zo lang bij een serieus en hopelijk ook diepgravend betoog kunnen houden? Maar zappen is geen optie. Je kan hoogstens je gedachten eens lekker in alle rust weg laten dwalen, daar is in principe helemaal niets op tegen, alhoewel ik persoonlijk dat toch minder geslaagd vind… al was het maar vanwege alle moeite die er toch altijd weer aan zo’n preek besteed wordt! 
Toch geniet ik altijd van de voorbereiding en het moment zelf. Een preek is bedoeld als voedsel voor de ziel. Het is geen ontspanning, het hoeft zelfs geen amusementswaarde te hebben: als je er iets van leert, of door getroost wordt, of moed schept, of juist vraagtekens bij zet, dan is de preek geslaagd. Geloof waar nooit enige aandacht aan wordt besteed verzwakt steeds meer, tot het ten slotte helemaal verdwenen lijkt te zijn. Erover nadenken, dus ook naar de kerk gaan, kan helpen om dat geloof levend te houden, en het zelfs te laten groeien. 
 
 
‘Hoe lang gaat het nog duren?’ Vraagt mijn dochter met iets ongeduldigs in haar stem. Zo’n hele serie over kerkdiensten, ze vindt het maar saai. Dat heeft natuurlijk alles met interesse te maken: het boeit haar niet zo, kerk en alles wat daarbij hoort, en ze zal de enige niet zijn. Voor u allen heb ik goed nieuws: dit wordt de laatste. Maar misschien zijn er ook wat mensen nieuwsgierig geworden, en gaan denken: ‘misschien moet ik toch eens een keertje gaan kijken’. Weet dan dat u in alle kerken welkom bent, ook bij ons in de Elthetokerk, en elke viering is nog gratis ook. Al zijn er wel collectes, ook een belangrijk onderdeel: van iedereen wordt wat geld gevraagd, om de kerk te laten draaien maar er is ook altijd een collecte voor mensen buiten de kerk, die extra hulp nodig hebben. We eindigen iedere keer met de zegen, voor mij is dat tegelijk ook het hoogtepunt van de dienst. Wat is er mooier, dan namens God mensen te zegenen, dat wil zeggen zijn liefde en kracht door te geven aan de wereld? Er hoort een armgebaar bij, en wat vaste woorden. De oudste zegen komt van priester Aaron, broer van Mozes, uit het oude testament en begint met ‘De Here zegene u en behoede u’. Prachtige woorden, die ik nog wel eens bij zieken uitspreek. Zondags gebruik ik woorden uit het nieuwe testament, en daar eindig ik deze serie mee:
Het licht van Christus
en de liefde van God
en de eenheid van de Heilige Geest
zij met u allen. Amen.

Naar vorige blz. columns 2011 tweede halfjaar Naar volgende blz. 'dominee'