www.RiniRikkert.nl 

N I E U W S

Boek bestellen


 

Start

Kennismaken

Gastenboek

Links

Columns 2010
Columns 2011a
Columns 2011b

Dominee:

Inleiding
Kerkdiensten-data
Persoonlijke  begeleiding
Lezingen

Activiteiten:
- Spirituele oefengroep
- meditatie voor jongeren
- meditatie-uren
- engelenworkshop
 

Schrijfster:

Inleiding
boek 'Contact met God'
Column-info

Uitgeverij Philomena
Informatie
recensies en artikelen

Uit: 'Contact met God'
(een korte paragraaf uit 
 alle 15 hoofdstukken en 
 2 hoofdstukken compleet)

TEKSTEN/PREKEN:
Kerk en geloof:
de bijbel: leesadvies
Wat  is waarheid?
Sterven, en dan?
Columns over liturgie

Preken 2010
Preken 2011
Preken 2012

Laatste preek

 

 
 
Teksten uit het boek 'Contact met God'

(hier volgen eerst de titels van de hoofdstukken / klik en je vindt een (korte) tekst. Het complete boek is nog steeds te bestellen! (zie 'uitgeverij Philomena')

Inleiding   (Lees de gehele inleiding)

                 1. Wie of Wat is God?
2. Verlangen
3. Verbinding

4. Verstand

5. Lichaam

6. Emoties    :    Lees het gehele hoofdstuk:

7.  De liefde

8. Gebed

9. Meditatie

10. Mystiek

11. Rituelen

12. Bericht van Boven

13. Contact met de duisternis

14. Contact in het sterven : Lees het hele hoofdstuk

15. Contact met het Licht
 

 

 

Uit hoofdstuk 1: Wie of Wat is God?

Wij zijn gewend om zwart-wit te denken: als het ene waar is, moet het andere onwaar zijn. Het is dít OF dát. Maar als we praten over God geldt dat niet. We kijken allemaal vanuit onze eigen positie en zien maar een klein deel. We interpreteren onze ervaringen met ons eigen denkkader, gevormd door de eigen tijd en cultuur. Soms klopt het niet, trekken we er de verkeerde conclusies uit, vaak zijn er mensen aan de haal gegaan met de ervaringsverhalen van anderen, met vreselijke gevolgen. Maar meestal begint het met mensen die hun uiterste best doen om zo eerlijk en zuiver mogelijk te vertellen wat ze beleefd hebben.
 
 










Uit hoofdstuk 2: Verlangen

Contact, ieder menselijk contact, begint bij jezelf. Als je zelf al nauwelijks contact hebt met je eigen diepste verlangens en gevoelens, zullen alle andere contacten ook oppervlakkig blijven. Als je dit simpele regeltje niet kent, blijf je wanhopig bezig met het zoeken naar bevrediging van allerlei wensen die je uiteindelijk altijd weer onbevredigd achterlaten. Of je stopt al je energie in de baas spelen, of bewondering oogsten, of jezelf ‘verwennen’ met massa’s eten, of doorlopende verliefdheden, of de beste willen zijn, of wat dat onbewuste kind in jou ook maar bedacht heeft om haar verlangen naar de volmaakte liefde te bevredigen.
 
 









Uit hoofdstuk 3: Verbinding
 

Als je naar de geschiedenis van de mensheid kijkt, valt er ook een ontwikkeling af te lezen op het terrein van het onbewuste. Mensen zullen in het begin nog nauwelijks een bewust ‘ik’ hebben gehad, net zomin als dieren dat hebben. We vormden een eenheid met het onbewuste, tot ons denken zich genoeg ontwikkeld had om onderscheid te gaan maken: onderscheid tussen ‘ik’ en ‘jij’, tussen ‘vroeger’ en ‘nu’ en ga zo maar door. Ons bewuste ik verscheen als een eilandje in de zee van het onbewuste. We zien deze hele ontwikkeling trouwens nog steeds terugkomen bij elk Aignan, Chartresmensenkind. Het bijbelse paradijsverhaal, met Adam en Eva die van de ‘boom van kennis van goed en kwaad’ aten en daarmee voorgoed uit het onbewuste paradijs  verdreven werden, kan heel goed gelezen worden als een mythe over deze cruciale ontwikkeling in ons mensenbestaan.  In het proces om een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen raakten we steeds verder vervreemd van het oude, verbonden deel in onszelf, dus ook van God.
 
 











Uit hoofdstuk 4: Verstand
 

De gemeenschappelijke bijbelse noemer is de ervaring van contact met het Goddelijke. Mensen beschrijven die ervaringen. Ze vertellen waar en hoe ze God aan het werk zien in hun leven of in de wereld om hen heen. Ze zien dat alles door een bril die gekleurd is door hun eigen tijd en hun eigen cultuur en hun eigen sekse. Dat maakt het niet minder boeiend, maar wel lastiger te begrijpen. Sommige christenen maken zich er gemakkelijk vanaf door te zeggen ‘de bijbel is van kaft tot kaft Gods woord’ alsof God zelf die bijbel woord voor woord ingefluisterd heeft aan de schrijvers. Niks tijd of cultuur of menselijk geschrijf, alles is Goddelijk, dus Waar wat daar staat. Dan krijg je van die rare discussies over een schepping in zeven dagen en vrouwen die geen priester mogen worden. Want dat stáát er toch?!  Dus is het Waar! Maar de bijbelschrijvers waren absoluut niet geïnteresseerd
in geschiedkundige waarheden. Geschiedenis bestond nog helemaal niet. Zij wilden over God en over Jezus vertellen en hun ervaringen delen. Ze wilden waarschuwen, of hoop geven, of overtuigen… De waarheid van de bijbel is een relationele, emotionele waarheid. God is liefde – dat is waar. Die liefde zien we terug in de schepping – dat is ook waar. God vindt dat mannen de baas moeten zijn – dat is níet waar. Dat kunnen we nu gelukkig herkennen als de kortzichtigheid van de mannelijke bijbelschrijvers van toen.
 
 











Uit hoofdstuk 5: Lichaam
 

1988
Een droom:
Ik zie mijn moeder, ze moet voor allerlei dieren zorgen. Met de dieren is iets heel vreemds aan de hand: het zijn alleen maar de koppen, levend en wel. Het was mijn moeder niet opgevallen. Ik waarschuw haar dat ze zo dood zullen gaan, een kop kan alleen niet leven, daar hoort een lijf bij! Ze haalt de lijven en plakt ze aan de koppen vast. De meeste dieren lopen zo weg, maar één dikke zwarte poes heeft problemen: ze sleept haar lijf log achter zich aan. We vragen ons bezorgd af of dit nog wel goed zal komen. ‘Zie je nou dat het bij elkaar moet blijven’, zeg ik.

Deze droom had ik in de periode dat ik zo ongeveer dag en nacht met mijn studie bezig was. Mijn onbewuste laat in deze droom duidelijk zien wat er mis gaat als je denkvermogen je alles wordt. Een kop zonder lijf, zonder ‘hart en ziel’. Je kunt het nauwelijks nog leven noemen. Maar mijn droom vertelde me ook dat het gelukkig weer met elkaar te verbinden was, ook al zou dat behoorlijk wat moeite kosten.
 
 









Uit hoofdstuk 6: Emoties   (lees het gehele hoofdstuk)
 

Woede is misschien wel de meest ontkende emotie die er is. Het mag niet. Het is ordinair. Het is gevaarlijk. Het is onchristelijk. Maar hoe hard je ook roept, we worden allemaal woedend op z’n tijd. Als je leert omgaan met je woede in plaats van het te onderdrukken, dan heb je daarmee een enorme energie tot je beschikking, een energie die je kan helpen om onrecht een halt toe te roepen, om voor jezelf of voor anderen op te komen. Zulke woede is heilig! Het helpt om uit de slachtofferpositie te komen, en een vrij mens te worden.
 
 









Uit hoofdstuk 7: de Liefde
 

We doen met zijn allen alsof we weten wat liefde is, maar meestal hebben we geen idee. De godservaring op mijn zeventiende, die ik eerder in dit boek beschreef, was mijn eerste werkelijke liefdesmoment. Natuurlijk is dat niet helemaal waar, je kunt het vergelijken met muziek. Ik kende het geluid van een fluit, of een trommel, maar ik had nog nooit het volle orkest gehoord. Toen dacht ik dat het alleen de liefde van God was, nu begrijp ik dat het ook mijn eigen volledige vermogen tot liefde is geweest, die daar op dat moment zichtbaar en voelbaar voor me werd. Ook in het contact met God moet de liefde van twee kanten komen. Daar, in die liefde, worden we één.
 
 









Uit hoofdstuk 8: Gebed
 

Ik herinner me nog mijn allereerste gezongen avondgebedje, dat ik ook weer aan mijn eigen kinderen leerde:
Ik ga slapen ik ben moe
‘k sluit mijn beide oogjes toe
Here houd ook deze nacht
over Rini trouw de wacht.

Het kon nog korter, voor en na het eten:
Here zegen deze spijze (of ‘dit eten’)  amen.
Here dank u voor deze spijze amen.
Dat werd dan: Hidankefodeepija – en húp, buiten spelen.

Ik wil niet de draak steken met dit soort vaste gebeden, integendeel. Het is een goede gewoonte om op vaste tijden te bidden en even met je aandacht naar God te gaan. Bekende teksten hebben het voordeel dat je niet blijft steken in fraaie woorden bedenken, maar meteen met al je aandacht bij je doel kan zijn: contact met God. Het nadeel is dat het een automatisme kan worden, waarbij je een seconde later echt niet meer weet of je nu wel of niet gebeden hebt. Echt contact vraagt al je aandacht.
 
 









Uit hoofdstuk 9: Meditatie
 

Doe-tip: 15 minuten stiltemeditatie (en 15 tot 30 minuten voorbereiding):
Zorg dat je helemaal alleen bent, en niet gestoord kan worden door bel, telefoon of wat dan ook. Zet een CD op met ontspanningsmuziek, voor ongeveer een kwartier tot een half uur. Zet de kookwekker of een andere wekker met een kwartier extra. Pak een stoel waar je goed recht op kan zitten. Zet je voeten naast elkaar op de grond. Strek je rug, ontspan je schouders, leg je handen op je bovenbenen. Ga nu langzaam en grondig je hele lichaam langs met je aandacht, te beginnen bij je voeten. Span de spieren in je voeten en ontspan ze dan. Vervolgens je kuiten. Zo ga je door, tot je overal zo ontspannen mogelijk bent. Volg dan een tijdje je ademhaling. Verander er niets aan, ontspan er hoogstens iets in, het gaat vooral om het focussen van je aandacht. Voel dan hoe je met je voeten contact maakt met de aarde. Kan je de energie van die aarde voelen? Dan voel je hoe je via je kruin contact maakt met de hemel. Kan je die energie voelen? Roep niet gelijk ‘nee’, een beetje verbeelding mag er wel aan te pas komen! Als je het een beetje eng vindt, vraag je Jezus of hij aan de poort wil staan, en alleen doorlaat wat goed voor je is. Dan begint het kwartier stilte. Je blijft in contact en neemt waar. De gevoelens, de gedachten, de pijntjes, alles wat er opkomt neem je waar en laat je weer voorbijgaan. Je bent niet krampachtig iets aan het ‘doen’, je BENT er gewoon.
 
 









Uit hoofdstuk 10: Mystiek
 

Stel je voor, dat we morgen ineens wakker zouden worden met een ander soort zintuigen. Geuren ruiken we niet, maar we horen ze! Geluiden zijn ineens zichtbare golven in prachtige kleuren! De wereld zou er van het ene moment op het andere totaal anders uit zien! Maar… de wereld zou precies hetzelfde gebleven zijn, alleen wíj zijn veranderd. Evelyn Underhill , die in de vorige eeuw veel over mystiek geschreven heeft, gebruikt dit voorbeeld om uit te leggen wat een mysticus bezielt. ‘We zijn afhankelijk en beperkt tot de ervaringen van onze zintuigen, en wat daarbuiten bestaat, behoort niet tot onze wereld. Er zijn er maar weinig, die zich deze eenzame gevangenis bewust zijn, en nog minder, die zich er niet bij neerleggen en de grenzen proberen te verbreken. Lang niet iedereen is daar ook toe in staat, het vereist een sterke persoonlijkheid, moed, hartstocht en doorzettingsvermogen.’ Want het blijft bij een mystica niet bij dat verlangen, het wordt omgezet in daden.
 
 









Uit hoofdstuk 11: Rituelen
 

Er zijn talloze rituelen en er komen nog steeds nieuwe vormen bij. Ieder mens doet er aan mee. Veel rituelen versterken de verbondenheid van mensen onderling. Een handdruk, een begroetingskus. Maar ook: een begrafenisplechtigheid, een stille tocht. De grens tussen een gewoonte en een ritueel is niet altijd scherp te trekken. Een gewoonte is meer onbewust, de symbolische functie is wat vager of afwezig. Bij gewoontes hoef je niet meer na te denken, rituelen vragen juist alle aandacht. Een telkens herhaald ritueel loopt het gevaar om uitgesleten te raken. Dan blijft er hooguit een gewoonte over, totdat het ritueel helemaal verdwijnt of van vorm verandert. De kerken, met hun honderden jaren oude rituelen, kennen dit verschijnsel van dichtbij...
 
 

Uit hoofdstuk 12: Bericht van Boven
 

‘Dromen zijn bedrog’. Hoe dat spreekwoord de wereld is ingekomen weet ik niet, maar het is niet waar. Ze komen uit je eigen onbewuste, en dat dromende onbewuste is absoluut niet bezig met leugen en bedrog. De beschuldiging is net zo vreemd als tegen een huilende baby zeggen dat ze niet zo tegen je moet liegen. Dromen hebben wel een heel eigen manier van communiceren: je onbewuste ‘praat’ in symbolen: elk beeld, elke persoon, elk verhaal in je droom is een symbool, en verwijst dus naar iets anders. Wie de moeite neemt om die symbooltaal wat beter te leren begrijpen, zal ontdekken dat in dromen heel vaak berichten te vinden zijn die je kunnen helpen. Nachtmerries bijvoorbeeld, waar je heel verdrietig of bang uit wakker wordt, zijn het bericht dat je in het dagelijks leven die angst of dat verdriet aan het onderdrukken bent. Waarschijnlijk ben je daar ook erg moe van. Het brengt je in ieder geval verder bij jezelf en dus bij God vandaan omdat je een belangrijk deel aan het afsluiten bent.
 
 









Uit hoofdstuk 13: Contact met de duisternis
 

Als ‘dorpsdominee’ gaf ik ook jarenlang godsdienstles aan kinderen op de (openbare) basisschool in groep 7 en 8. Geen eenvoudige, maar wel een boeiende klus. Zo nu en dan deed ik met de groep een geleide meditatie. De meesten zijn er erg goed in, zitten minstens een half uur doodstil op hun stoel – kom daar maar eens om tijdens een godsdienstles! Op een keer wil de meester me spreken. Hij heeft ernstige bezwaren tegen de meditatie. ‘Voor je het weet breng je ze in contact met de duivel’, zegt hij.

In de geleide meditatie bracht ik de kinderen via hun fantasie bij hun onbewuste, waar ze soms de meest fantastische ontmoetingen hadden en wijze gesprekken voerden. Wie ontmoetten ze daar? Wie zal het zeggen. In de verbinding met het Al kan het iedereen zijn. Een enkele keer was het heel concreet: een overleden familielid, zelfs een keer een opa die het kind nog nooit ontmoet had; vaak een oude man of vrouw: beeld van de eigen ziel. Mijn ervaring is, dat mensen die zonder angst de ontmoeting tegemoet gaan, daar ook veel goeds aan beleven. Zijn ze bang en nerveus, dan wordt de kans op een ‘slechte’ ontmoeting groter. Alsof de weg daarmee vrijgemaakt wordt voor iets/iemand die angst inboezemt. Als de duivel al een werktuig heeft, dan is het de angst. Wie bezig is die angst te voeden stelt zich daarmee in zijn dienst.
 
 









Uit hoofdstuk 14: Contact in het sterven   (Lees het gehele hoofdstuk)
 

Een belangrijke reden waarom ik nooit zo veel over het hiernamaals na wilde denken, was dat het me stiekem zo enorm saai leek. Ik was nog niet toe aan een eeuwige volmaaktheid. Grote vraag was ook hoe dat zat met mensen die ik echt heel foute dingen zag doen, laten we het voorbeeld van Hitler maar weer eens nemen: als God in zijn oneindige liefde mensen niet voor eeuwig naar een hel zal sturen (en daar ga ik van uit) zouden die mensen dan zo naar de hemel gaan??

Het lijkt heel wat logischer als er inderdaad een leerweg achteraan komt, een verdere ontwikkeling op een ander niveau. Een ‘zwarter’ niveau misschien, als dat in de lijn van hun ontwikkeling ligt, (misschien komt het katholieke idee van een ‘vagevuur’ in die buurt?) of een ‘lichter’ niveau voor mensen die al een heel eind op weg zijn naar verbinding met het Al. Dat moet dan ook op een ander energieniveau zijn, onzichtbaar voor ons, mensen. Dat wil niet zeggen dat we daar helemaal van gescheiden zijn: alles blijft met elkaar verbonden in één groot geheel.

Dat betekent ook dat het elkaar kan beïnvloeden. Wat wij doen, de keuzes die we maken, het kan invloed hebben op al die andere niveaus. Als op die hogere niveaus een bewustere verbinding bestaat, is men daar waarschijnlijk beter in staat om invloed uit te oefenen. In hun grotere eenheid met God kunnen ze beter ingezet worden voor het plan en ons helpen als de ‘gidsen’ waar we in het volgende hoofdstuk nog verder op in zullen gaan.
 
 









Uit hoofdstuk 15: Contact met het Licht
 

‘God’ is maar een woord. Elk woord bestaat alleen bij de gratie van de inhoud die wij er aan geven. Wie nog nooit bewust enig contact met God beleefd heeft, zal er moeite mee hebben om iets te begrijpen van die inhoud. Het is niet zoiets als de buurman, die ik je aan kan wijzen en zeggen: kijk, dít is nu de buurman. Zonder een eigen contact ben je voorlopig even aangewezen op de verhalen. En er is geen onderwerp waar zóveel onzin over gepraat wordt, als juist over God. Dat maakt het extra ingewikkeld. De enige echte oplossing is, om zelf op zoek te gaan. Luister naar alle verhalen, ook in dit boek, met je hart én je verstand. Het gaat uiteindelijk niet om weetjes. Te weten komen dat een fiets twee wielen heeft is aardig, maar als blijkt dat het er maar één is maakt het ook niet uit. Als je er maar op kan rijden. Als, wat je hoort, een verlangen of juist weerstand bij je oproept, je in beweging zet, dan is het goed. Luister naar je eigen intuïtie.
 
 








Naar vorige blz: uitgeverij Philomena                                                                                    .  Naar teksten 'kerk en geloof'
 
 

naar complete INLEIDING uit CONTACT MET GOD

naar complete hoofdstuk 6 uit CONTACT MET GOD: EMOTIES

naar complete hoofdstuk 14 uit CONTACT MET GOD: CONTACT IN HET STERVEN