| www.RiniRikkert.nl
|
Start | Dominee:
Inleiding
Activiteiten:
|
Schrijfster:
Inleiding
Uitgeverij Philomena
Uit: 'Contact met God'
|
TEKSTEN/PREKEN:
Kerk en geloof: de bijbel: leesadvies Wat is waarheid? Sterven, en dan? Columns over liturgie Preken 2010
|
Teksten 'kerk en geloof': Wat is waarheid? (uit een godsdienstles voor kinderen)
Een verhaal
Tweede verhaal
AntwoordDe bijbel, leesadviesWie voor het eerst in de bijbel gaat lezen, slaat al gauw teleurgesteld het boek dicht. Lang niet alle teksten zijn gemakkelijk toegankelijk. Het is aan te raden, om bijvoorbeeld met de evangelie-verhalen te beginnen, in het tweede deel van de bijbel: het evangelie van Mattheus, Markus, Lucas en Johannes. Daarin wordt het leven en de dood van Jezus beschreven. In het boek ‘Handelingen’ staat de geschiedenis van het begin van de kerk. Daarna volgen er nog een aantal brieven, waarin allerlei vroege theologische vragen besproken worden. Het laatste boek is het boek 'Openbaringen’ vol visioenen over de eindtijd.
Het eerste deel van de bijbel, het ‘oude testament’ begint met het boek Genesis, over het ontstaan van de wereld en het begin van het volk Israël. De geschiedenis van dat volk wordt ook beschreven in de volgende boeken. Het meest bekende deel is het boek met PSALMEN. Oude hebreeuwse poëzie, die nu nog steeds, berijmd, gezongen wordt in de kerk.
In 2004 kwam de volledige nieuwe bijbelvertaling uit, de NBV, een gezamenlijk initiatief van de protestantse en katholieke kerk in Nederland. Een aanrader!
Goed leesbaar en meer verklarend is ook de bewerking van ds. Nico ter Linden, ‘Het verhaal gaat’. In zes delen worden verschillende bijbelgedeelten naverteld.De beste manier om meer over de bijbel te weten te komen, is natuurlijk: naar de kerk gaan. In iedere kerkdienst wordt een bijbelgedeelte gelezen, en wordt er in de preek nader op ingegaan. De meeste kerken hebben wel een website, met informatie.
Wat is waarheid? (een godsdienstles voor kinderen)
(Foto: Victorbos.nl: een prachtige fotosite!)Er was eens een leraar, die met de kinderen uit groep 8 een nachtje ging kamperen. Het was maar een kleine groep, zo’n zeven kinderen, maar ze maakten drukte voor tien, en deden natuurlijk geen oog dicht die nacht, in hun grote tent. Maar de meester nam wraak – om zeven uur trommelde hij ze hun bed uit. Slaapdronken stommelden ze naar buiten: de meester gebaarde dat ze allemaal in een kring in het gras moesten gaan zitten. Niet leuk, want dat was nog nat ook. ‘Goed’, zei de meester, toen ze eindelijk, mopperend en steunend, waren gaan zitten. ‘Ik heb een vraag. Wat zien jullie’? Ze keken wat lodderig rond. Hoezo, ‘wat zien jullie’. Van alles. Niks bijzonders. ‘Kijk eens goed naar het midden van de kring’! Ze keken. Op dat moment kwam ineens de zon tevoorschijn, en scheen precies op een prachtige grote dauwdruppel. Ze zagen het allemaal tegelijk. Mooi was dat! Het werd stil. ‘Ja, dat is mooi hé’ zei de meester, ‘en nu de volgende vraag. Welke kleur heeft die prachtige dauwdruppel daar’? Nu gebeurde er iets geks. Alle kinderen keken, en keken nog eens – en riepen toen allemaal tegelijk een andere kleur. Rood! Oranje! Geel! Groen! Blauw! Paars! Violet! Ze zouden er slaande ruzie van krijgen, met z’n allen! Maar de meester was nog niet klaar. ‘Nu allemaal twee plaatsen opschuiven, gaan zitten, en wéér kijken’, commandeerde hij. Dat deden ze. En tot hun stomme verbazing was de druppel nu van kleur veranderd! Hoe kon dat nou?! De meester moest lachen. ‘Dat wilde ik jullie nou leren’ zei hij. ‘Die druppel is nog steeds hetzelfde. Maar júllie zijn veranderd, jullie kijken er nu naar vanuit een andere hoek. Dus als jullie weer eens ruzie maken, over wie er nou eigenlijk gelijk heeft, denk dan maar aan deze druppel. En denk er aan, dat mensen soms vanuit verschillende hoeken naar de waarheid kunnen kijken, en er allemaal een ander deel van zien. Dan wordt het nog leuk, om er met elkaar over te praten!
Tweede verhaal:
De leraar had ook nog een andere opdracht, later, na het ontbijt. Alle kinderen kregen een tekenblad en krijtjes, ze werden op een rij gezet, en mochten een prachtige grote boom, die daar vlakbij stond, gaan tekenen. Een uurtje later, toen iedereen klaar was, kregen twee meiden slaande ruzie. Toen de meester aan kwam lopen hoorde hij alleen maar ‘niet waar’! ‘wèl waar’! ‘Wat is er aan de hand’? vroeg hij. Saskia wees op de tekening van Sandra. ‘Kijk nou, ze heeft meester Piet (dat was het hoofd van de school) erbij getekend! Dat slaat toch nergens op! Die is hier helemaal niet!’ Sandra was spinnijdig. ‘Wèl waar!’ zei ze. ‘Ik heb hem zelf gezien! Hij was er wèl!’ De meester keek vragend naar de andere kinderen. Sommigen haalden hun schouders op, anderen zeiden dat ze hem óók gezien hadden…. Jan aarzelde. Hij had óók niemand gezien…. We kunnen maar één ding doen, zei hij. Het aan meester Piet zelf vragen. Hij trok zijn mobieltje en belde. En wat bleek? Meester Piet was inderdáád even langs geweest, maar omdat de kinderen zo druk bezig waren, was hij op zijn tenen weer weggeslopen. Sandra had gelijk. Saskia sputterde nog wat na, ‘we moesten toch die boom tekenen, geen mensen, mopperdemopper’ maar ze moest toch toegeven: Sandra had de waarheid gesproken – en zij had het fout.
Nu een vraag: bewijzen deze verhalen nu dat er maar één waarheid is (verhaal 2) of dat er allerlei waarheden kunnen zijn (verhaal 1)?
Antwoord:
er is uiteindelijk maar één hoogste Waarheid, maar er kunnen vele verschillende manieren zijn om er naar te kijken. De Waarheid heeft zo veel facetten, vergelijk het maar weer met die dauwdruppel, dat het soms lijkt of die verschillende gezichtspunten elkaar tegenspreken, terwijl dat tóch niet zo is. Zo is het met de hoogste, de Goddelijke waarheid ook. Die is zó groot, dat we er als mens er altijd maar een heel klein stukje van kunnen zien en begrijpen. Laat twee mensen kijken, en ze zien het al net even anders. Laat staan honderd, of duizend, of een miljoen mensen. Daarom is het zo boeiend om er met elkaar over te praten, dan leer je er steeds iets bij! Want soms merk je dan ook, dat je iets echt niet hebt gezien, zoals Saskia in het verhaal. Of dat een ander, of jijzelf, er iets bij heeft verzonnen – dat had natuurlijk ook gekund, en dat gebeurt met die hoogste Waarheid regelmatig. Dan vergeten mensen onderscheid te maken tussen hun eigen ideeën en de Goddelijke Waarheid. En ook dán is het belangrijk om er met elkaar over te blijven praten…en vooral ook te lúisteren, en samen te zoeken naar de Waarheid. Want er is geen mobieltje met een direct lijntje naar God…Maar er is wel een bijbel. Alhoewel… zelfs de bijbel is niet zo maar de ‘Goddelijke waarheid’. Zoals de kleuren, weerkaatst door de dauwdruppel, het zonlicht niet zijn – en toch weer wel. De Waarheid komt altijd via mensen, en is dus gebroken, gekleurd door onze eigen emoties, ideeën, onze eigen cultuur. De Hele Waarheid zullen we dus nooit kennen – we zullen er altijd naar blijven zoeken. Maar wie zich daarom teleurgesteld van de Waarheid, van de dauwdruppel, zeg maar, afkeert, zal ook nooit de schoonheid er van zien… we zullen het er mee moeten doen. Want zo maar recht in de zon kijken – daar zijn we niet op gebouwd…
Sterven… en dan? (artikel kerkblad 2006)
In mijn boek ‘Contact met God’ is een lang hoofdstuk gewijd aan het geloof in relatie tot het sterven en het hiernamaals, waarin ik vertel hoe ik daar tegenaan kijk. Ik hoor in onze gemeente van de Elthetokerk veel verschillende meningen, die uiteenlopen van ‘er is hierna niets meer’ tot ‘dan kom ik bij God’ tot ‘dat blijft een mysterie’. Dat laatste is uiteraard waar. Er is een mooi verhaal waarin dieren treuren om de rups, die er niet meer is, zonder oog te hebben voor de prachtige vlinder, die boven hun hoofden fladdert. De bijbel geeft ons ook geen duidelijke antwoorden. In het oude testament is er soms sprake van het ‘gehenna’ een schemerige onderwereld, onder de aarde (die toen nog plat was) waar mensen na hun dood verbleven in een soort schaduwbestaan. Van drie mensen wordt verteld dat ze niet stierven, maar door God naar de hemel werden gehaald: Henoch, Mozes en Elia. Pas in de tijd tussen het oude en het nieuwe testament, de laatste paar honderd jaar voor Christus, ontstond er een geloof in een hemel en een vurige hel. Dat had onder andere te maken met de vervolgingen in die tijd, waarin sommige Makkabeeën de marteldood stierven vanwege hun geloof: zulke martelaren verdienden toch wel een plaats in de hemel, terwijl hun vervolgers toch zeker een plaats in de hel konden verwachten…
In de tijd van Jezus is de discussie nog in volle gang en zijn er nog steeds groepen die niets van zo’n idee van een hemel moeten hebben. In de tekst van Marcus 18 worden ze ten tonele gevoerd: de Sadduceeën. Jezus zelf gelooft er blijkbaar wel in, maar geeft ons weinig concrete informatie. Hij vindt het gewoon geen interessant onderwerp. Het gaat hem altijd om het leven NU. Straks zijn we ‘als engelen in de hemel’. Tja. Daar worden we niet zoveel wijzer van, al vind ik het persoonlijk wel een prachtig vooruitzicht. Maar ik ben het wel met Jezus eens, dat het hiernamaals hooguit belangrijk is voorzover we er NU iets mee kunnen. Dan kan je drie wegen inslaan: de eerste is de weg van de vreugde: het geloof dat God nooit loslaat het werk dat zijn hand begon: de liefde is sterker dan de dood, het leven gaat door, op een ander, onbegrijpelijk niveau, maar toch. Door dit geloof wordt het leven nu al opgetild, naar een hoger, liefdevol plan. De tweede weg is de weg van de angst. Het geloof dat God kiest en oordeelt, en je alleen maar erg je best kan doen, maar toch nooit zeker weet of je naar de hemel of naar de hel zal gaan. Het enige wat je zeker weet, is dat al die anderen die niet jouw weg van de angst gaan reddeloos verloren zullen zijn. Wat dit met je leven-nu doet? Laat ik het voorzichtig zeggen: je wordt er niet gelukkiger van. Is dat dan een criterium? Voor mij wel. Waarom zou God ons in dit aardse leven ongelukkig willen zien? De hele bijbelse boodschap draait juist om liefde en bevrijding! Dan is er nog de derde weg. Het geloof ‘er is niets’. In zekere zin is dit de gemakkelijkste oplossing, want je hoeft nergens over na te denken, nergens bang voor te zijn ook. Tegelijk biedt het ook weinig stimulans voor het leven-nu, en dat vind ik dan weer jammer. Wat doet het met je, als je gelooft dat een leven 1 dag of honderd jaar kan duren, en daarmee is het dan afgelopen? Wat betekent dat voor je geloof in God?
Tegenwoordig gaan er steeds meer stemmen op voor een vierde weg – of misschien kan ik het een zijweg van de eerste noemen. Dat is het idee van reïncarnatie: mensen komen steeds opnieuw terug op de aarde, in een ander lichaam maar met dezelfde kern, of ziel. Ik zal daar nooit een preek over houden, omdat het hele idee eenvoudigweg in de bijbel niet voorkomt. In andere godsdiensten is het al eeuwen een vanzelfsprekend onderdeel van het gedachtegoed. In Nederland schijnt al één op de zes mensen te geloven in reïncarnatie. Een verbijsterend aantal. Waar komt dit idee ineens vandaan? Daar zijn verschillende bronnen voor aan te wijzen: allereerst de groeiende kennis en invloed van het boeddhisme. Toch zijn die oosterse ideeën niet zomaar overgenomen, er is een westerse, individuele kleur aan gegeven waar het bijvoorbeeld gezien wordt als een persoonlijke leerweg van een mens door de aardse tijd heen, waarbij de ziel iedere keer met een bepaalde opdracht of leerdoel steeds weer terugkeert naar de aarde, om zo te groeien naar heelheid. Als die leerweg op aards niveau is afgerond, gaat het op hoger niveau weer verder, tot je de ultieme heelheid, eenheid met God bereikt. Dit westerse reïncarnatie-idee wordt ook vaak gevoed door herinneringen die niet uit dit leven stammen van mensen tijdens therapeutische sessies, of kinderen die met verhalen komen over ‘vroeger’: in mijn boek vertel ik daar meer over. Kerken reageren over het algemeen onmiddellijk sterk afwijzend tegenover deze nieuwe ideeën en ervaringen, zonder ze eerst zelfs maar te onderzoeken. Argumenten: het staat niet in de bijbel; en op een goede tweede plaats: hoe moet dat dan met de rol van Jezus Christus? Veel belangrijker lijkt mij de vraag: wat doet zo’n reïncarnatie-idee met ons leven-nu? Zelf zie ik wel een aantal positieve gevolgen: allereerst wijst het ons op onze eigen verantwoordelijkheid: we zijn er niet voor niets, we hebben een doel, een taak meegekregen. Ten tweede: alles hoeft niet in dit leven te gebeuren, er zijn altijd nieuwe kansen; Ten derde: het verwijdt onze horizon naar onvermoede verten. Wat die rol van Jezus Christus betreft: het is een opvallend verschijnsel dat in niet-christelijke kringen mensen met dergelijke ervaringen steeds vaker in een soort geestelijk contact komen met Jezus Christus, en zich door hem geholpen en geleid voelen, vaak tot hun eigen verbazing. Mij verbaasde dat aanvankelijk ook, maar zo langzamerhand ben ik daar wat voorzichtiger in geworden. Wat weten we er uiteindelijk van, van die wegen van God, van de rol van Jezus Christus, waar en hoe de Geest waait… Om daar steeds meer over te leren, hoeven we maar één ding te doen: alle deuren open houden, en goed luisteren en kijken! Of, om met Paulus te spreken: ‘onderzoek alle dingen en behoud het goede’.
Naar vorige blz: teksten boek 'Contact met God' .
Naar volgende blz: Preken 2010